Werkwijze
"In de collages, assemblages en installaties van Myrthe Rootsaert (1975) komt een liefdevolle aandacht voor het detail tot uiting, aandacht voor schoonheid, die vaak zijn oorsprong vindt in de natuur.
De vorm waarin het zich als kunst manifesteert draagt echter ook een (besef van) broosheid in zich.
De poëtische beeldtaal herbergt iets van een dreiging, alsof de idylle zomaar opeens kan omslaan in zijn tegendeel. De spanning is heel subtiel aanwezig, niet nadrukkelijk als een groot gebaar maar desondanks goed voelbaar."
Tekst door Brigitte Picavet
Voor de expositie LINKED in Den Haag (24 t/m 27 nov 2011) heeft kunstenaarsinitiatief STeC een aantal vragen aan de deelnemende kunstenaars gesteld met betrekking tot hun werk en werkwijze.
Dit zijn mijn antwoorden op de vragen:
-Wat drijft je?
De zoektocht naar een manier om los te laten. In de breedste zin van het woord. Het loslaten van verwachtingen, het loslaten van het moment, het loslaten van mijn ego en het loslaten van mijn twijfels en angsten. Als ik aan het werk ben heb ik geen last van dit soort belemmerende gevoelens/ gedachten en oordeel ik niet. Pas als ik afstand neem wordt ik kritisch en kan ik beoordelen in hoeverre ik het werk geslaagd vind of dat het nog meer tijd nodig heeft om te groeien. Mijn drijfveer zorgt ervoor dat ik de balans bewaak en de ruimte voor mezelf creëer om mijn geest te laten dwalen.
-Wat is je werkwijze?
Ik verzamel objecten, gebruiksvoorwerpen en materialen die ik vind, koop of soms krijg. Deze onderwerp ik aan mijn sloopdrift zodat er onderdelen ontstaan die op zichzelf staan. Vaak worden deze materialen niet meteen in een object verwerkt maar liggen ze een tijd op hun plek te wachten. Deze onderdelen verwerk ik vervolgens in een nieuw object of een installatie.
De beste momenten om te werken zijn vaak de momenten dat ik besloten heb om mijn atelier weer eens grondig op te ruimen. Ik werk ook heel vaak met mijn "mislukkingen” door ze weer in een nieuw perspectief te plaatsen en er letterlijk weer anders tegen aan te kijken.
-Waar loop je tegen aan?
Mijn angsten en eeuwige twijfel…
-Welke veranderingen zie je in je werk?
In eerste instantie werkte ik vrij klein en nogal figuratief. Het werk bestond vooral uit assemblages en kleine objecten. De laatste paar jaar ben ik ruimtelijker gaan werken en maak ik ook installaties.
Ik merk dat mijn werk steeds abstracter en leger wordt.
-Welke keuzes maak je om te kunnen doen wat je doet?
Ik probeer heel bewust om te gaan met de keuzes die ik elke dag heb. Waar besteed ik mijn energie aan?
Zo weet ik dat ik -om werk te maken wat het dichtst bij mezelf ligt - niet te veel werk van anderen moet zien. Ik moet me afzonderen om zo min mogelijk te weten wat er in de buitenwereld gebeurd. Dit wil niet zeggen dat ik geen inspiratie op doe uit de dingen om me heen. Integendeel; het terugtrekken helpt me om te filteren wat bruikbaar is en wat niet.
-Wat verbind je met anderen?
Net als in mijn werkwijze, het verbinden van losse elementen tot een nieuw geheel, zoek ik in het dagelijks leven naar de verbinding met anderen. Ook het durven uiten van mijn kwetsbaarheid verbindt me met anderen. Zowel in mijn werk als op persoonlijk vlak.
|